Een must read voor
politici, beleidsmakers en anderen die zich bekommeren om economie en
samenleving.
Ons ‘sociale DNA’ zorgt voor de (latente) bereidheid eerlijk bij te dragen aan de financiering van de collectieve voorzieningen. Daar kan met de juiste argumenten en verhalen een succesvol appèl op worden gedaan. Er bestaat in de fiscaliteit dringend behoefte aan een overtuigend verhaal met plaats voor economische functionaliteit én rechtvaardigheid. Ambtelijke en wetenschappelijke rapporten laten zien waar de schoen wringt. De politiek voert de aanbevelingen maar zeer beperkt uit. De lobby van bedrijven en vermogenden heeft veel invloed.
In het bedrijfsleven wordt het allemaal verdiend. Die verdiensten zijn mogelijk dankzij de door de overheid verzorgde infrastructuur, rechtsorde, enzovoort. Het is doelmatig het bedrijfsleven daar eerlijker aan mee te laten betalen. Het is verstorend, onlogisch en onrechtvaardig vooral particulieren op te laten draaien voor de collectieve lasten. Om dit recht te trekken stel ik een uniform VPB-tarief voor van 29%. Nog steeds aan de lage kant, maar er moet ook rekening worden gehouden met onze fiscale concurrentiepositie. De argumenten om ondernemers minder belasting te laten betalen dan werknemers overtuigen mij niet. Het risico dat zij lopen, moet door de markt worden beloond en niet door de fiscaliteit.
De rijkste Nederlanders verdienen hun geld in vennootschappen. Zij hebben daardoor een lagere fiscale druk dan werknemers en inkomstenbelastingondernemers. Dat komt onder meer doordat zij de box 2-heffing kunnen uitstellen. Een simpele manier die ongelijkheid op te heffen, is hen jaarlijks te laten afrekenen over in hun vennootschappen opgepotte winsten. Die afrekening kan eventueel worden beperkt tot beleggingsvermogen.
Innovatieve bedrijven als ASML en Booking.com betalen veel minder belasting dan bijvoorbeeld boeren en tuinders. Er moet worden bekeken of die bevoordeling echt nodig is.
Als gevolg van inkomensafhankelijke heffingskortingen en toeslagen houden de lage inkomens van inkomensverhogingen maar weinig over. Om voor deze groep werken lonend(er) te maken, stel ik voor het huidige arsenaal aan heffingskortingen te vervangen door één inkomensonafhankelijke belastingvrije som van € 25.000. Hierdoor kan met minder toeslagen worden volstaan. Als ook de toeslagen worden aangepast, zal de arbeidsmarkt een boost krijgen.
Het is merkwaardig dat het maken van geld met geld minder wordt belast dan werken. Een brede vermogensbelasting van 1% over het totale vermogen zorgt voor meer evenwicht. Ik denk daarbij aan een vrijstelling van € 250.000 (per partner). De opbrengst kan worden gebruikt voor verlaging van de inkomstenbelasting. De vermogenden worden gecompenseerd door verlaging van het box 2- en box 3-tarief tot 20%. De samenleving moet niet zwichten voor de impliciete chantage die besloten ligt in het emigratiedreigement van de ultrarijken. Bij een rendement van 6% betekent een heffing van 1% dat hun vermogen met 5% groeit in plaats van met 6%. Het zou nogal armoedig zijn daarom emigratie te overwegen. Rijkdom gaat gepaard met meer dan gemiddelde sociale verantwoordelijkheid. Ik vertrouw erop dat een appèl daarop wordt beantwoord.
De fiscaliteit veroorzaakt dat het aantal bv’s almaar toeneemt. Dat lijkt mij niet in het algemeen belang. Overwogen kan worden bv’s die met hun aandeelhouders kunnen worden vereenzelvigd, fiscaal transparant te maken. Vermogen en resultaten van die bv’s worden dan aan de aandeelhouders toegerekend. Ter beperking van de vlucht in de bv stel ik verder een jaarlijkse heffing door het Handelsregister voor van € 2.500 per jaar. Ook pleit ik voor invoering van een minimumkapitaal van € 25.000 bij oprichting. Deze maatregelen zullen misbruik beperken en ervoor zorgen dat met meer vertrouwen zaken kan worden gedaan met bv’s.
De successievrijstelling voor ondernemingsvermogen (BOR) is een overbodig cadeau voor kinderen van rijke ouders en vergroot de vermogensongelijkheid. Deze faciliteit moet worden beperkt tot gevallen waarin de voortzettingswaarde lager is dan de liquidatiewaarde, wat vooral speelt in de agrarische sector. Voor probleemgevallen volstaat een betalingsregeling.
Managers in het private equity kunnen dankzij lucratieve belangen zeer veel verdienen. Het behelst een verkapte beloningsvorm. Zij betalen daarover minder belasting dan andere werkenden. Aan die ongelijkheid moet een einde komen.
Bij de eigen woning gaat het over meer dan de aftrek van hypotheekrente. Ook de zeer lage bijtelling voor het woongenot maakt deel uit van het fiscale privilege. Door de fiscale voordelen is er meer vraag naar (grotere) woningen dan anders het geval zou zijn. Mensen met lage inkomens, die noodgedwongen huren, worden indirect gediscrimineerd. Mijn voorstel luidt: belastbaarheid in box 3 van een bescheiden forfait van 2%, berekend over het saldo van de waarde van de woning en de hypotheek (tarief 20%).
De giftenaftrek kan worden gemist. De regeling doet afbreuk aan de intrinsieke motivatie van de gevers, is niet echt nodig voor de goede doelen en gaat gepaard met bureaucratie.
Ik pleit voor afschaffing van de fiscale aftrek voor zorgkosten. Het is efficiënter de ondersteuning van burgers met hoge zorgkosten te regelen via de zorgverzekering, WMO en WLZ.
Door de almaar toenemende vermogensongelijkheid moet de schenk- en erfbelasting ─ een economisch niet verstorende heffing ─ worden verhoogd. Gedacht kan worden aan 15% tot € 500.000, 25% voor € 500.000 - € 1.000.000 en 30% voor bedragen daarboven. Ik wil het tariefmatige onderscheid voor de verschillende groepen verkrijgers laten vervallen.
Gemiddeld genomen hebben ouderen het financieel beter dan jongeren: spaargeld, beleggingen en een hypotheekvrije woning. AOW-gerechtigden betalen minder premie volksverzekeringen. In het kader van de intergenerationele solidariteit is het redelijk dit te beëindigen, wat ook bijdraagt aan vereenvoudiging.
Nederland is een fiscale en juridische hub voor het internationale bedrijfsleven. Dit gaat soms ten koste van andere landen, waaronder ontwikkelingslanden. Ik juich de stappen toe om de hierbij toegepaste agressieve fiscale planning en het gebruik van brievenbusvennootschappen te beperken.
Belastingheffing is een massaproces dat zich niet leent voor rechtvaardigheid op de vierkante millimeter. Een pragmatischer benadering van rechtsbescherming is gewenst. De partijen van de trias politica moeten hierover met elkaar in gesprek gaan.
Burgers en bedrijven willen best belasting betalen, maar vinden wel dat de overheid moet leveren. Verbetering van het belastingstelsel moet daarom hand in hand gaan met verbetering van de overheid. Zo is er ook een actieplan nodig voor de Belastingdienst. De te beperkte handhaving ondermijnt de belastingmoraal.
Vereenvoudiging van het stelsel is een harde noodzaak. Dit proces vereist een harde heelmeester. Helaas ontbreekt het wisselgeld om financieel nadeel voor iedereen te voorkomen.
Een goed vestigingsklimaat en een eerlijk belastingstelsel kunnen samengaan. Zo zorgt het lonender maken van werken voor een betere arbeidsmarkt en meer consumentenbestedingen. Belastingheffing mag de economie niet verstikken, maar vereist ook morele standaarden: iedereen eerlijk laten meebetalen en heffen naar draagkracht. Charles Darwin schreef twee eeuwen geleden al dat groepen waarin mensen bereid zijn elkaar te helpen en zich op te offeren voor het algemeen belang zullen triomferen. Een beter en socialer belastingstelsel zal voor ons land leiden tot een hoge positie op de internationale ranglijsten van bruto nationaal product én van happiness.