Robert F. Kennedy speechte in 1963 ‘don’t ask what your country can do for you, ask what you can do for your country. Dat heeft me altijd erg aangesproken. Welke Nederlandse politicus zou zoiets kunnen zeggen: Dilan Yeşilgöz, Geert Wilders, Henri Bontebal, Jesse Klaver? In het jaar dat Kennedy deze woorden sprak was het marginale toptarief va de inkomstenbelasting in de VS maar liefst 90%. Het werd ingevoerd tijdens de Tweede Wereldoorlog. Rijke mensen accepteerden dat. Amerikaanse soldaten vonden de dood op het slagveld en dan is het natuurlijk niet gepast te zeuren over hoge belastingen. Hun berusting had ook te maken met angst voor een communistische omwenteling. Je kan beter veel belasting betalen over het inkomen dan je hele vermogen kwijt te raken aan een Lenin of Stalin. In Nederland was het toptarief van de inkomstenbelasting overigens 72%. Rekening houdend met vermogensbelasting kon bij ons de fiscale druk oplopen tot 80%.
In 1966 schreef George Harrison het liedje Taxman:
Let me tell you how it will be
There's one for you, nineteen for me
Should five percent appear too small
Be thankful I don't take it all.
Dat de belastingman 95% van Harrisons verdiensten afpakte was nauwelijks overdreven. Net als in Amerika was het toptarief van de inkomstenbelasting in Engeland 90%. Nu hebben we het over een zeer bescheiden vrijheidsbijdrage. De Amerikanen willen ons niet langer tegen Poetin beschermen. We moeten werken aan een serieuze eigen defensie en dat kost veel geld. Een fiscale druk van 80% of 90% is echter nog heel ver weg.
Discussies over belastingmaatregelen zijn vaak sterk emotioneel geladen. Kijk maar naar de discussie over de vraag of het in box 3 vermogensaanwas of vermogenswinst moet zijn. Hoogleraren maken elkaar voor rotte vis uit. Amerikaanse techmiljardairs vonden het nodig ons hierover te kapitelen. Rijke Amerikanen kunnen de belastingheffing over de winsten op hun beleggingen makkelijk 30 jaar uitstellen, wat een van de verklaringen is voor hun lage fiscale druk. Zij vinden natuurlijk dat dit privilege behouden moet blijven. Als iets van je wordt afgepakt activeert dat de amygdala, het emotionele gebied van het brein. Deze mensen vrezen kennelijk dat Amerika weleens een voorbeeld aan Nederland zou kunnen nemen. Emotie zag je ook in de reacties op het CPB-rapport van vorige maand De hoogste bomen vangen minder wind: belastingdruk op inkomens en vermogens. De ongelijkheid zou lang niet zo erg zijn als het CPB suggereert en het CPB zou linkse politiek bedrijven. Pieter Hasekamp, de directeur, schreef ik een column in het Financieele Dagblad: ‘Als je mensen boos wilt maken, moet je over belastingen beginnen.’
De mens is door de evolutie zeer sociaal geworden, waardoor wij kunnen samenwerken. Charles Darwin schreef dat groepen, stammen en staten die dat het beste kunnen triomferen. Belastingheffing is natuurlijk ook gewoon samenwerking; het maken van afspraken over wie wat betaalt. In ons DNA bevindt zich de (latente) bereidheid eerlijk bij te dragen aan het collectief. Of je nou links of rechts bent, sociaal DNA hebben we allemaal. Met mijn boek en lezingen hoop een maatschappelijke discussie over het belastingstelsel aan te zwengelen. Links en rechts zullen het daarover hoe dan ook eens moeten worden.
In het boek probeer ik de lezer met verhalen te inspireren. Het begint met 5 vrienden die jaarlijks met elkaar op wintersport gaan. Accountant Anton schiet de kosten voor en brengt ze bij iedereen in rekening. Alle vijf zijn ze succesvolle ondernemers. Dat was tenminste zo tot 2025, toen het bedrijf van Egbert failliet ging door een hack van internetcriminelen. Tot overmaat van ramp gaf zijn echtgenote aan van hem te willen scheiden. Hierdoor moest hij het reisje naar de sneeuw laten schieten. Dat was voor zijn vrienden onverteerbaar. Zij betaalden voor hem en dat gaf beide partijen een goed gevoel. Fiscalisten krijgen misschien een associatie met het draagkrachtbeginsel.
Het draagkrachtbeginsel is het morele fundament van onze belastingstelsel. De twee polen van rechtvaardigheid zijn dat het individu zich inspant voor de groep en dat de groep zich om het individu bekommert. ‘Ask what you can do for your country’ versus ‘ask what your country can do for you’. De vier vrienden bekommerden zich om hun onfortuinlijke vriend. Dit sociale gevoel beperkt zich niet tot familie en vrienden. Dankzij het universalisme manifesteert het zich breder. Universalisme zorgt ervoor dat we als grondhouding vreemden vertrouwen, zodat we zaken kunnen doen en samen kunnen werken. In welvarende landen zie je dan ook meer universalisme dan in arme landen.
In het Coalitieakkoord van kabinet Jetten is afgesproken dat het belastingstelsel op de politieke agenda komt. Staatssecretaris Eelco Eerenberg heeft hier een voorschot op genomen met de publicatie van een strategische agenda op 11 juni 2026. Hopelijk zullen de politici niet alleen kijken dan de belangen van hun achterban, maar vooral naar wat zij voor het land als geheel kunnen doen.
23 juli 2026