Discriminatie van bevolkingsgroepen of personen is in strijd met onze Grondwet en internationale verdragen. Ons belastingstelsel kent een onmiskenbare bevoordeling van eigenwoningbezitters en daarmee een impliciete discriminatie van huurders. De gemiddelde koopprijs van een woning bedraagt zo’n €500.000. Bij 100% financiering, een rente van 4% en een fiscaal voordeel van 37,56% plus 6% minder afbouw van de algemene heffingskorting gaat het hier om zo’n €9.000 fiscaal voordeel per jaar. Gecorrigeerd voor de belasting over het eigenwoningforfait resteert zo’n €7.500. Het gaat dus niet om klein bier.
Woningbezitters worden rijker en rijker dankzij de stijging van de woningprijzen, terwijl de hypotheekschuld door inflatie in koopkracht daalt. De hiermee gepaard gaande vermogensontwikkeling is ook nog eens belastingvrij. Huurders worden daarentegen jaar in jaar uit geconfronteerd met stijging van huur. Economen vinden dit discriminatie. Het is de vraag of dit ook discriminatie in juridische zin is.
President van DNB Olaf Sleijpen in de Volkskracht van 25 maart 2026 : “Nu is iemand met een huurhuis een dief van zijn portemonnee in vergelijking met iemand die een eigen huis heeft.” Een betere huurmarkt zorgt voor een betere doorstroming en dat is goed voor de arbeidsmarkt.
Onze fiscale behandeling van de eigen woning leidt ertoe dat we groter wonen dan anders het geval zou zijn. Natuurlijk is schaarste de belangrijkste oorzaak van het woningtekort en de hoge prijzen. Beëindiging of beperking van het fiscale privilege van de eigenwoningbezitter kan een bescheiden bijdrage leveren aan oplossing van deze problemen. Politiek is het een uiterst gevoelig onderwerp. Ik stel voor de eigen woning te belasten op basis van een forfaitair rendement van 2% over de waarde minus de financiering tegen een tarief van 20%.
20 mei 2026
Tags