Huidig stelsel stut ongelijkheid

Met belastingheffing kan ongelijkheid worden beperkt, maar dat gebeurt niet. Zo betalen de meeste leden van de Quote 500 weinig belasting in verhouding tot hun inkomen en vermogen. De zeer vermogenden verdienen het leeuwendeel van hun geld in vennootschappen. Met hun vermogen in box 3 behalen zij dankzij kennis, relaties en adviseurs hogere rendementen dan gemiddeld. De forfaitaire rendementsheffing behelst voor hen een lagere druk dan voor de minder vermogende Nederlander, die het van rente op spaargeld moet hebben.

Het IBO-rapport Vermogensverdeling uit 2022 vermeldt dat 75% van het aanmerkelijk belang in handen is van 1% van de huishoudens. Het gunstige regime voor ab-houders is een van de oorzaken van vermogensongelijkheid. De economische druk van de box 2-heffing is laag. Als ze via hun vennootschappen bedrijven verkopen, valt de winst onder de deelnemingsvrijstelling. De erfgenamen van deze groep profiteren ook nog eens onevenredig van de bedrijfsopvolgingsfaciliteit in de Wet IB (doorschuifregeling) en Successiewet (vrijstelling).