Bij mijn zoektocht naar rechtvaardige belastingheffing bij belastingen kijk ik naar het dagelijks leven. Belastingheffing gaat over de verdeling van de lasten voor de collectieve uitgaven over burgers en bedrijven. Iets soortgelijks zie je bij levenspartners met gemeenschappelijke uitgaven. Hoeveel moet ieder bijdragen aan huishouding en vakanties? Welke verdelingsmaatstaf is redelijk of rechtvaardig? Ik heb het over levenspartners met ieder hun eigen vermogen.
Als ze ongeveer hetzelfde inkomen genieten, ligt het voor de hand dat ze fiftyfifty bijdragen. Het wordt pas een onderwerp bij ongelijke inkomens. Stel, A verdient na belastingen €70.000 en B €40.000 en hun gemeenschappelijke uitgaven bedragen €50.000. Ieder €25.000 is denkbaar. Redelijker is ieder naar rato van hun netto inkomen te laten bijdragen. Aldus A 7/11ste en B 4/11ste : respectievelijk €31.818 en €18.182. De inspiratie voor dit stukje dank ik trouwens aan een artikel in de NRC van 23 mei 2026 (rubriek Economie, pagina 16). Schrijfster Sara Madou: ‘Veel huishoudens kiezen op financieel gebied vaak voor ‘alles door de helft’ of naar rato: verdient zij 10 procent meer dan hij, dan betaalt zij ook 10 procent meer aan de gezamenlijke kosten .’ Het betalen naar rato van het inkomen is naar mijn mening ook een bruikbaar uitgangspunt bij belastingheffing. De statistiek wijst echter uit dat rijke mensen een lager percentage van hun inkomen bijdragen.
We nemen nu een casus met een groter verschil in inkomen: A verdient netto €70.000 en B €15.000. Beiden hetzelfde bij gemeenschappelijke uitgaven van €50.000 gaat natuurlijk niet. B’s inkomen schiet tekort om voor €25.000. Een verdeelsleutel naar rato van het netto inkomen zou leiden tot €41.176 en €8.824. Een dergelijke afspraak zou er waarschijnlijk toe leiden dat B niet zal kunnen sparen. B zal immers ook de nodige privéuitgaven hebben, en die zullen al snel €6.176 bedragen. Deze onderlinge verrekening zal er waarschijnlijk toe leiden dat A na 20 jaar een aardig vermogen heeft opgebouwd en B niets. Zo bekeken getuigt de financiële afspraak niet van veel solidariteit. Het doet denken aan de maatschappij, waarin lage inkomens ook niet kunnen sparen. En als ze er in inkomen op vooruit gaan, houden ze daar als gevolg van minder toeslagen en meer belasting maar bar weinig van over.
Een reden voor een aangepaste verrekening kan behalve solidariteit ook liggen in de omstandigheid dat een van de partners meer tijd besteedt aan huishouding en/of zorg voor de kinderen. Ze zouden kunnen afspreken dat jaarlijks wordt bekeken wat beiden in totaal hebben overgehouden van hun netto inkomen en dit bedrag 50/50 verdelen. Een dergelijke afspraak zie je in veel huwelijkse voorwaarden. Ieder heeft dan nog steeds zijn eigen vermogen, maar de vermogensgroei wordt eerlijk gedeeld.
31 mei 2026
Tags